De inhoud van deze website is gebaseerd op de richtlijn.

Inzet van farmacotherapie bij obesitas

Veel gestelde vragen

Deze pagina bevat vragen en antwoorden over de inzet en vergoeding van gewichtsverlagende medicatie bij overgewicht en obesitas. De informatie is bedoeld voor zorgprofessionals en gebaseerd op geldende wettelijke vergoedingsvoorwaarden.

Let op: De inhoud is gebaseerd op wettelijke bepalingen uit 2022 en wijkt deels af van de herziene richtlijn (2023). Het Zorginstituut Nederland werkt aan een beoordeling hiervan.

Inzet van farmacotherapie bij obesitas

  • Liraglutide (meerdere fabrikanten, het verstrekte product moet geregistreerd zijn voor de indicatie obesitas)**
    Vergoed per 1 april 2022; vanaf 1 juli 2022 met een aanvullende voorwaarde voor gepast gebruik(o.b.v. de vigerende richtlijn via www.behandelovergewicht.nl; staat ook vermeld in de geldende artsenverklaring liraglutide).

Achtergrondinformatie

Het is van belang dat naast leefstijl ook andere oorzaken van obesitas door de behandelaar in kaart gebracht worden en waar nodig behandeld of geoptimaliseerd worden. Tevens dienen eventuele instandhoudende factoren van obesitas onderzocht en geoptimaliseerd te worden zodat deze geen belemmering vormen om gewichtsafname te realiseren. Zie hiervoor www.behandelovergewicht.nl.

Ook zal de (verwijzend) huisarts of medisch specialist moeten vaststellen of er indicaties zijn voor aanvullende zorg op het GLI-programma, zoals inzet van een (gespecialiseerde) diëtist, beweeg(zorg)professional en/of psycholoog/psychotherapeut, aanvullend op erkende GLI-programma’s (zie o.a. Artsenwijzer diëtetiek en Zorgmodule Bewegen).

Lees hier meer over in het Standpunt gecombineerde leefstijlinterventie van Zorginstituut Nederland.

Financiering van deze aanvullende zorg is geregeld via de Zorgverzekeringswet (ZvW). De indicatie voor aanvullende zorg dient een andere te zijn dan overgewicht/obesitas zelf, bijvoorbeeld een co-morbiditeit. Indien de patiënt al begeleiding ontvangt binnen een ketenzorgprogramma (bijv. DM2, VRM of COPD/Astma), loopt de financiering van aanvullende zorg via die ketenzorg.

Er gelden vergoedingsvoorwaarden die zijn opgesteld door het Zorginstituut Nederland (zie Tabel 1 bovenaan dit document).

De artsenverklaring (AV) geeft in volgordelijkheid weer of iemand in aanmerking komt voor vergoeding. Deze AV zijn hier te vinden.

Korte checklist vergoeding

  1. BMI-criteria

De persoon heeft overgewicht of obesitas met een BMI van:

  • BMI ≥ 27 tot 30 kg/m² in combinatie met co-morbiditeit

(risicofactoren voor hart- en vaatziekten, diabetes type 2, slaapapneu en/of artrose), óf

  • BMI ≥ 30 kg/m², óf
  • BMI ≥ 35 kg/m² in combinatie met co-morbiditeit, óf
  • BMI ≥ 40 kg/m² zonder diabetes type 2 en komt nog niet in aanmerking voor metabole chirurgie
  1. GLI-criterium

De persoon heeft minimaal één jaar met actieve inzet een erkend GLI-programma gevolgd
(beoordeling zoals bij vraag 11) en dit heeft onvoldoende resultaat opgeleverd volgens de vigerende richtlijn/zorgstandaard (www.behandelovergewicht.nl):

  • < 5% gewichtsverlies bij matig verhoogd GGR
  • < 10% gewichtsverlies bij sterk verhoogd GGR

Alleen als op beide onderdelen een JA kan worden ingevuld, kan medicatie ter ondersteuning van een gezonde leefstijl worden overwogen.

Daarnaast gelden stopregels in de eerste 3–4 maanden en vindt iedere 24 maanden herbeoordeling plaats.

Een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) is een behandeling bestaande uit interventies gericht op voeding, bewegen en gedragsverandering. De interventies worden in samenhang aangeboden en kunnen worden aangevuld met psychologische ondersteuning. Een GLI is gericht op het bereiken én behouden van een gezonde leefstijl en houdt rekening met factoren zoals stress en slaap. De interventie kan individueel of in groepsverband plaatsvinden.

Ja. Vanaf een matig verhoogd gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico is vaak sprake van co-morbiditeit of obesitas met extra zorgvragen. De verwijzend huisarts of medisch specialist bepaalt of aanvullende zorg geïndiceerd is (bijv. via Artsenwijzer diëtetiek of Zorgmodule Bewegen). Financiering verloopt via de ZvW, mits de indicatie anders is dan overgewicht/obesitas zelf.

Een ongezonde leefstijl (voeding, beweging en gedrag) heeft een grote invloed op het ontstaan en in stand houden van een ongezond gewicht. Wetenschappelijke onderzoeken hebben de meerwaarde van deze geneesmiddelen aangetoond in combinatie met een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI). Zie hiervoor de volledige rapporten van het Zorginstituut Nederland (vergoedingsvoorwaarden in Tabel 1).

Indien een potentiële gebruiker van dit geneesmiddel aangeeft niet gemotiveerd te zijn voor een GLI en uitsluitend medicatie te willen gebruiken, is dit op grond van de vergoedingsvoorwaarden een reden om de behandeling niet op te starten.

Nee. De genoemde medicijnen zijn, aansluitend op de vergoedingsaanvraag door de fabrikanten, door het Zorginstituut Nederland uitsluitend beoordeeld voor toepassing bij volwassenen (>18 jaar).

Voor de groep adolescenten (12–18 jaar) dient door de fabrikanten een nieuwe vergoedingsaanvraag te worden ingediend. Pas na beoordeling door het Zorginstituut Nederland (ZINL) kan worden vastgesteld of deze zorg voor die leeftijdsgroep verzekerd is. Tot die tijd worden deze medicijnen niet vergoed voor 12–18-jarigen.

Gestart kan worden zodra een erkend GLI-programma na één jaar niet succesvol is gebleken (zie Tabel 1 bovenaan dit document).

Volgens de van kracht zijnde zorgstandaard (te vinden via www.behandelovergewicht.nl) is een GLI na één jaar niet succesvol indien:

  • minder dan 5% gewichtsverlies is bereikt bij een matig verhoogd gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico (GGR)
  • minder dan 10% gewichtsverlies is bereikt bij een sterk verhoogd gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico (GGR)

De behandeling dient te worden gestaakt indien na 3–4 maanden gebruik van de onderhoudsdosering het aanvankelijke gewicht niet met ten minste 5% is afgenomen. Dit in verband met de zogenaamde stopregel (zie Tabel 1 bovenaan dit document).

Wetenschappelijke studies laten zien dat wanneer na 3–4 maanden geen effect wordt gezien op het gebied van gewichtsverlies, de kans zeer klein is dat op langere termijn alsnog voldoende gewichtsverlies wordt bereikt. Om die reden heeft het Zorginstituut Nederland deze stopregel opgenomen in de vergoedingsvoorwaarden. Deze sluit tevens aan bij de officiële productinformatie van deze geneesmiddelen.

Ja. Indien een erkend GLI-programma naar oordeel van de betrokken behandelaars onvoldoende heeft geholpen om af te vallen, maar er wel sprake is van een geoptimaliseerde leefstijl, dan komt dit product voor vergoeding in aanmerking op basis van de geldende voorwaarden.

De voorwaarde voor vergoeding van deze medicijnen is dat er gelijktijdig wordt ingezet op het verwerven van een gezonde leefstijl. Dit dient bij de betreffende patiëntengroepen plaats te vinden via een erkend GLI-programma, eventueel aangevuld met aanvullende zorg (zie antwoorden bij vraag 1 en vraag 3).

Een belangrijke voorwaarde voor deelname aan een dergelijk GLI-programma is dat de patiënt voldoende gemotiveerd is om een gezonde leefstijl in het eigen leven toe te passen. Pas wanneer na één jaar actieve deelname aan een erkend GLI-programma geen succesvol resultaat is behaald, kan medicatie worden overwogen (zie ook vraag 7).

Indien de patiënt voortijdig stopt, onrechtmatig afwezig is of zich onvoldoende inzet, vervalt de vergoeding van dit medicijn. De beoordeling van voldoende inzet vindt plaats via een gezamenlijke evaluatie door de betrokken behandelaren, te weten:

  • leefstijlcoach
  • huisarts of POH
  • diëtist
  • beweeg(zorg)professional
  • psycholoog of psychotherapeut

Ja. Actieve deelname is vereist, naar gezamenlijk oordeel van de leefstijlcoach en de behandelend arts of voorschrijver.

De beroepsgroep van leefstijlcoaches hanteert hierbij de volgende aandachtspunten:

Aanwezigheid

  • minimaal 80% aanwezigheid bij groepsbijeenkomsten
  • 100% aanwezigheid bij individuele coachgesprekken

Kwalitatieve aanwezigheid

  • alleen aanwezigheid is niet voldoende
  • er wordt een proactieve houding verwacht
  • actieve deelname aan gesprekken tijdens het groepsproces
  • voorbereiding op bijeenkomsten

Nee. Het doel van een GLI is om via kleine stappen en duurzame gedragsverandering toe te werken naar een gezonde leefstijl en daarmee een gezonder gewicht.

Van deelnemers wordt verwacht dat zij zelf de regie nemen over hun leefstijl. Uit gesprekken met de leefstijlcoach, eventueel andere behandelaren én uit tussentijdse resultaatmetingen moet blijken dat de deelnemer daadwerkelijk stappen heeft gezet en het leefstijlgedrag blijvend heeft aangepast.

De beoordeling van de mate van bereikte gedragsverandering gebeurt op basis van een gezamenlijk oordeel van de leefstijlcoach en de behandelend arts of voorschrijver. Indien een patiënt onvoldoende meewerkt aan een erkend GLI-programma, kan de vergoeding van deze medicijnen worden beëindigd.

Het gebruik van de bij vraag 1 genoemde medicijnen mag worden gecontinueerd indien het betreffende GLI-programma is afgerond na twee jaar.

De voorschrijver beoordeelt iedere 24 maanden of voortzetting van de behandeling met deze medicijnen nog noodzakelijk is, of dat bijvoorbeeld de dosering kan worden verlaagd.

Nee. Volgens de vergoedingsvoorwaarden kunnen deze medicijnen uitsluitend worden vergoed indien de betreffende patiënt na één jaar actieve deelname aan een erkend GLI-programma, eventueel aangevuld met aanvullende zorg, geen succesvol resultaat heeft behaald.

Zie hiervoor ook het antwoord bij vraag 7 en Tabel 1.

Nee, met één uitzondering: het erkende leefstijlprogramma voor personen met laaggeletterdheid “Voel je goed”.

Toelichting speciale leefstijl- / GLI-programma’s

  • Er is een verkort erkend leefstijlprogramma speciaal voor personen met laaggeletterdheid: Voel je goed.

Indien een verzekerde in aanmerking komt voor dit programma én voldoet aan de vergoedingsvoorwaarden voor de genoemde medicijnen (zie vraag 7 en Tabel 1), kunnen deze medicijnen worden ingezet.

  • Daarnaast is één van de erkende GLI-programma’s die worden vergoed vanuit de basisverzekering specifiek afgestemd op personen met een lagere sociaaleconomische positie, namelijk “Samen Sportief in Beweging”.

De vergoeding van de genoemde medicijnen in de totale behandeling van obesitas is altijd gekoppeld aan deelname aan een erkend GLI-programma (zie Tabel 1 bovenaan dit document).

Indien aanvullende zorg door andere zorgprofessionals, zoals een diëtist, is geïndiceerd, hoeft deze niet te worden gestopt (zie achtergrondinformatie bij het antwoord op vraag 1).

Daarmee wordt bedoeld dat een patiënt niet geopereerd kan of wil worden, of dat de patiënt samen met de behandelend arts nog geen beslissing kan of wil nemen over een eventuele metabole chirurgische ingreep.

Ja

Er is sprake van chronisch gebruik, mits na 3–4 maanden gebruik het aanvankelijke gewicht met ten minste 5% is afgenomen (zie stopregel in Tabel 1 bovenaan dit document).

Daarnaast wordt iedere 24 maanden door de behandelend arts geëvalueerd of de patiënt nog een medisch belang heeft bij voortzetting van deze medicatie in het kader van het betreffende gewichtsgerelateerde gezondheidsrisico, conform de van kracht zijnde zorgstandaard (te vinden via www.behandelovergewicht.nl).

Hart- en vaatziekten is een verzamelnaam voor een groot aantal aandoeningen die betrekking hebben op het hart en de bloedvaten. Ja, hypertensie wordt ook gezien als een hart- en vaatziekte.

De bestaande regelgeving rondom de inzet van farmacotherapie bij obesitas is vooralsnog gebaseerd op de voorgaande zorgstandaard obesitas. Daarin staat:

“… aanwezigheid van risicofactoren voor (sterfte aan) hart- en vaatziekten of diabetes mellitus type 2 en de aanwezigheid van ziekten die vooral de kwaliteit van leven beïnvloeden (artrose en slaapapneu) en ziekten die vooral de levensverwachting beïnvloeden.”

In de vergoedingsvoorwaarde is hart- en vaatziekten niet nader gespecificeerd. Bedoeld wordt dat er, op basis van de toenmalige Zorgstandaard Obesitas (2010), sprake is van een bestaande hart- en vaatziekte bij de patiënt.

Nee. Liraglutide 1,8 mg (Victoza®) kan onder strikte (en qua BMI ruimere) voorwaarden worden voorgeschreven aan een patiënt met diabetes mellitus type 2.

Liraglutide 3 mg is daarentegen uitgesloten van vergoeding voor patiënten met diabetes mellitus type 2 (zie vergoedingsvoorwaarde in Tabel 1 bovenaan dit document).

Volgens de richtlijn diabetes die door behandelaren wordt gehanteerd, is de maximale dosering bij diabetes mellitus type 2 1,8 mg liraglutide per dag, zijnde Victoza®.

Ja. Bij gebruik bij diabetes mellitus type 1 wordt wel een waarschuwing gegeven in de registratietekst en bijsluiter in verband met het risico op diabetische ketoacidose.

Hieronder een citaat uit de Summary of Product Characteristics (SmPC):

4.2

Bij het instellen van de behandeling met liraglutide 3 mg dient een dosisverlaging van gelijktijdig gebruikte insuline of insulinesecretagogen (zoals sulfonylureumderivaten) te worden overwogen om het risico op hypoglykemie te verlagen. Zelfcontrole van de bloedglucose is nodig om de dosis van de insuline of insulinesecretagogen aan te passen (zie rubriek 4.4).

4.5

Bij patiënten met diabetes mellitus mag liraglutide 3 mg niet worden gebruikt als vervanging van insuline. Diabetische ketoacidose is gemeld bij insuline-afhankelijke patiënten na snelle stopzetting of dosisverlaging van insuline (zie rubriek 4.2).

Nee. De vergoeding geldt uitsluitend voor patiënten die (nog) niet in aanmerking komen voor metabole chirurgie (zie vergoedingsvoorwaarde in Tabel 1 bovenaan dit document).

De indicatiestelling voor metabole chirurgie dient altijd te worden vastgesteld door een multidisciplinair behandelteam. Aanbevelingen hiervoor zijn opgenomen in de richtlijn chirurgische behandeling van obesitas.

Tot 1 juli 2022 gold een overgangsfase voor liraglutide 3 mg.

Het is akkoord indien de betreffende patiënt:

  • een erkend GLI-programma volgt, gaat volgen of heeft gevolgd, én
  • deze medicatie al langer gebruikt en daar aantoonbaar effect van heeft, dat wil zeggen:

na 3–4 maanden gebruik op de onderhoudsdosering is meer dan 5% lichaamsgewicht verloren.

Indien dit gewichtsverlies na 3–4 maanden niet wordt bereikt, dient het gebruik van het medicijn te worden gestaakt conform de stopregel (zie nadere toelichting bij vraag 2 en Tabel 1 bovenaan dit document).

Aangezien er op dit moment nog geen vergoed of erkend GLI+-programma bestaat, kan hier vooralsnog niet naar worden verwezen. Zie hiervoor ook de vergoedingsvoorwaarde in Tabel 1 bovenaan dit document.

Voor liraglutide 3 mg voldoet iemand met een BMI van 32 niet aan de geldende vergoedingsvoorwaarden.

Voor naltrexon-bupropion (Mysimba®) kan iemand met een BMI ≥ 30 wel voor vergoeding in aanmerking komen, indien een erkend GLI-programma niet succesvol is gebleken na één jaar behandeling.

Ja, mits zij voldoen aan de geldende vergoedingsvoorwaarden. De metabole chirurgische ingreep is in dat geval tenietgedaan.

Deze personen kunnen bij uitzondering doorgaan met dit medicijn.

Voor nieuwe gebruikers die vanaf 1 juli 2022 liraglutide 3 mg voorgeschreven krijgen, geldt de aanvullende voorwaarde voor gepast gebruik op basis van de vigerende zorgstandaard (te vinden via www.behandelovergewicht.nl), zoals beschreven in de vergoedingsvoorwaarde in Tabel 1 bovenaan dit document.

Ja, mits aan de voorwaarden wordt voldaan.

Daarnaast geldt dat na één jaar actieve deelname aan een erkend GLI-programma (beoordeling zoals bij vraag 11) nog geen resultaat is bereikt zoals omschreven in de vigerende richtlijn/zorgstandaard (zie vraag 7). Belangrijk is dat de gezonde leefstijl in de tussenliggende periode is behouden.

De behandelaar beoordeelt of sprake is van een geoptimaliseerde leefstijl, conform de voedings- en beweegrichtlijnen. Deze beoordeling kan plaatsvinden met ondersteuning van bijvoorbeeld een gewichtsconsulent, diëtist of leefstijlcoach.

Deze medicatie dient uitsluitend ter ondersteuning van een gezonde leefstijl, voor diegenen bij wie een gezonde leefstijl na één jaar onvoldoende effect heeft gehad.

Nee. Een verzekerde komt alleen in aanmerking voor vergoeding (ook na twee jaar chronisch gebruik) indien in die periode is voldaan aan de Zvw-voorwaarden.

Zie hiervoor de geldende artsenverklaringen:

Op dit moment zijn er vier erkende GLI-programma’s die worden vergoed vanuit de basisverzekering.
Zie de RIVM-website voor de actuele stand van zaken:
https://www.rivm.nl/gecombineerde-leefstijlinterventie/programmas